Koken met Jesus

Koken. Als alleenstaande inwoner wordt je gedwongen veroordeeld tot het fornuis. Frituren, pizzeria’s en Chinezen te over in een omtrek van 5 tot 10 killometer, maar ik zwicht niet, net zomin de portemonnee.

Kookboeken. Een hulpmiddel, een houvast, ik zou ze niet kunnen schrijven. Stap per stap volg ik de instructies op. Eerst de nodige ingrediënten opschrijven. Wat ligt verscholen te stinken en te rotten in de kasten? Hop, op de fiets naar de winkel voor groenten en vlees. Een konijn, merguez, vlees voor 2 menu’s. Het weekend overleef ik alvast met verve, denk ik, hoop ik in stilte.

Groenten snijden, geduldig een knorrende, hongerige maag sussen die na de fysieke inspanningen verder op de proef wordt gesteld. Waar een wil is, is een weg! Eén druk op de knop en het fornuis wordt ontstoken. Olijfolie, vlees knapperig bruin bakken, groenten toevoegen, bakken of stoven en laten sudderen. Champignons, courgette, aubergine, ajuin, look en tomatenblokjes als constante. Een glas fruitsap, het lichaam vochtig houden, gefocust en geduldig.

Tijd. Wat als ik even 5 minuten had … Wat dan? Misschien? Niets, jezelf niets wijsmaken. Sorry van  het dode konijntje. Excuses voor het dode beest dat in een pikant worstje werd gepropt. Ziedaar: konijn met tomaat-basilicumsaus en zuiderse couscous met merguez, aangevuld met een scheut van eigen bodem: Gauloise. En de restjes? Die heb ik in een doosje in het diepvriesvak gestopt. En de rest van het bier? Dat ligt verder te rijpen in de Cuba-kamer.

This city is like a small cage, You’ve got to break through its chains

Wassen de City Boys wel op tijd hun sokken? Blijft het huis proper? ‘Stof verdwijnt waar Swiffer verschijnt’. En voor het overige hoef je weinig illusies te koesteren. Zelfs proper is een huis zelden stofvrij.

De stad is de plek waar eilandjes, onze persoonlijke vierkante meters, dicht op elkaar liggen, in vergelijking met het platteland (the Countryside) dan toch. Daarom is er juist de bekende zegswijze : ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’. Een vriendelijke goedendag kan nooit kwaad. Je wordt er als man alvast niet zwanger van. Les 4: Beter hou je bij dit soort gelegenheden het op een korte, krachtige ‘goedendag’ dan op het betekenis- én futloze ‘çava’. Het woord zelf is zo leeg als mijn drinkglas, 0,0 promille dus. Je opponent verwacht zelden een gedetailleerd, gefundeerd antwoord. Niets, ‘çava’ is de onverschilligheid zelve.

Pubers, angstige, vrolijke en véél te uitbundige, lawaaierige tieners in deze stad in overvloed. Les 5: ‘When you’re 21 you are no fun!’ Je begint alle tekenen van ouderdom te vertonen. Je bent onwijs onhip, zoiets als een polaroid, gereed om gekatapulteerd te worden richting Mars of Venus: ‘They only want you when you’re 17′. Groene blaadjes groeien niet in de winter. Deze winter is echter apart, uitzonderingen bestaan. Teenagers stay teenagers, twentiers stay something, lonesome!

Hoe zou het gaan met de City Boys? ‘çava’? Neen! Ik hoop dat alles goed gaat. Langs deze kant van de beek is er de afgelopen dagen véél sneeuw gevallen, onophoudelijk. Als ratten in de val zitten ik en de buren, opgesloten, afgezonderd van de wereld, maar met de nodige voorraden. Les 6: De winters in de Halse vallei zijn streng! Wees voorbereid. ‘Een gewaarschuwd man is er 2 waard’.

Voor de City Boys

City boys: Stay alert for toothpaste!

Les 1: Blijf steeds waakzaam! Let op je centjes. Kijk uit voor de ‘glasbolpikkers’. Je lege flesjes zijn soms geld waard. Vrijbuiters hebben zich gespecialiseerd in het leegroven van glasbollen, dag en nacht. Je herkent ze aan hun sjofele kleren en rammelende fiets, met achterop een grote plastieken bak of tas. De venters van de nacht prijzen hun waren voor het dubbele van de daadwerkelijke prijs aan. De schoften, een halve pizza is minstens even duur als een doosje frikadellen.

Les 2: Wees beducht voor onvriendelijkheid en afstandelijkheid! De bakker en de beenhouwer zijn niet langer kennissen van jou, noch vrienden. Je bent slechts een nummertje in het postbureau. Zolang je niet op een knopje drukt, waaruit na luttele seconden van onverschrokken tijdverlies een papiertje met een nummertje op verschijnt, ben je de aanblik van de dame achter de balie niet waard. Naast de profetische woorden ‘goeiedag’ en ‘daag’, die steeds meer nasaal, doorwrongen en dof klinken, moet je rekening houden met het humeur van de winkelier of je zijn of haar blik überhaupt waard bent.

Les 3: Laat je niet afschrikken door negativisme, sarcasme, cynisme en alle andere ‘ismes’ tezamen. Blijf positief! Wie stil is, goed rondneust en kijkt, kan zaakjes doen. De winkelstraat is niet het collectieve verzamelpunt, eerder een passage naar onbezonnenheid en tijdverdrijf. Poets je tanden, gedraag je netjes en (misschien) kan er een glimlach  vanaf, een ‘tandpasta-glimlach’.

</iframe>

City Boys

Nieuw volk in de stad. Ze menen het oprecht goed. Geen narigheid, enkel een bed, een tafel, wat stoelen en een zetel om tot rust te komen. Meer hebben ze (voorlopig) niet nodig. Verhuisd zijn ze van de Suburbs, de Outskirts naar de City. En volgens hen wonen enkel zij in het juist deel van deze City. Op de bergflanken, aan de juiste kant van de vallei. Het stadsdeel waar ik ben opgegroeid, groot geworden, uren heb gespeeld, gewandeld, gelopen … . Nu wonen zij er en claimen ze direct het voorrecht van de oprechte en waarachtige citizen. Ik woon aan de overzijde van het water, de ‘andere’ bergflank. De kant waar sociale randgevallen, ouderen en loslopend wild rondzwerven.

Echt? Tuurlijk niet! Ben je nu niet gechoqueerd? Goed. Nieuwelingen in de City, ze hebben nog héél wat te leren. Weten zij dan niet dat het stadsleven grillig kan zijn. Bepaalde gewoontes leer je er snel af. Glimlachen naar oudjes bijvoorbeeld. Gemeen kijken is hun voorrecht, angstig wezen voor de straatstenen ook. Durf niet te lachen, een vluchtige ‘goedendag’ kan er afhankelijk van het weer bij goed geluk nog in alle haast af. Niet op de hoogte zijn van de meest recente roddels, begin maar te blozen. Ik ken ze allerminst, heb er ook geen behoefte aan. Je mag heus tegendraads zijn volgens de onuitgesproken richtlijnen van het stadsleven.

Fijne gasten die nieuwelingen, City Boys noemen ze zichzelf. Ik ben er al mee gaan lopen. Hun kennis van de looproutes in de omgeving is voorlopig nog een mager beestje. Nood aan een goede opleiding, dat hebben zij nodig. Van de Outskirts naar de City verhuizen, een gewaagde zet moet ik toegeven. Pas op voor het City-leven, bescherm je gezicht en lichaam. Snotneuzen lopen overal rond, zowel in het centrum als in de rand.

How did you start the new year?

Go to bed, Get some sleep, The new year is(n’t) there yet

Simple: Go!

 

 

Und jetzt …

Pots and Pans, Potten en Pannen, Pots et Pannes, Potski och Panska

finding-infinity

Het jaar loopt weer op zijn einde. De hoogste tijd dus voor emotie. Een ‘stormjaar’ titelt een weekblad, met een foto van Pukkelpop als cover. 2011 is/was het jaar van de glimlach en de traan. Struikelen, vallen, geduwd worden in een véél te ondiepe put , er moeizaam terug uit krabbelen en opnieuw leren lachen, plezier vinden … De zon herontdekken.

Het jaar loopt weer op zijn einde. De hoogste tijd dus om die potten en pannen boven te halen. Met stof alleen worden geen magen gevuld. En de frigo geraakt erdoor niet minder leeg. Door het raam zie ik de glinstering van feeërieke straatverlichting. Glinsters. In de donkerte en de luwte van Kerstmis en nieuwjaar blijven de straten opvallend leeg, bijster stil en kil.

Het jaar loopt wéér op zijn laatste benen. De hoogste tijd dus om iedereen het allerbeste te wensen voor het nieuwe jaar dat er zo veelbelovend aankomt, vol dromen in de overtreffende trap. Met een volle maag en een glinstering in de ogen.

Volgende pagina »



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.